ontwerpend leren

in de klas

 
 
 

En toen? Kinderboekenweek

Leesbevordering

Het doel van de kinderboekenweek is leesbevordering. Maar hoe pak je dat precies aan?

Leesmotivatie, leesfrequentie en leesvaardigheid hangen met elkaar samen. Als je gemotiveerd bent om te lezen, als je lezen leuk vindt, zul je vaker gaan lezen en daarmee ontwikkel je weer de leesvaardigheid. En als je leesvaardigheid toeneemt, vind je het ook weer leuker om te lezen. Je motivatie neemt toe.

Hoe verhoog je de leesmotivatie? Hoe kun je lezen leuker maken? Onderzoekers van de Kennisrotonde en het Kohnstamm Instituut hebben een handig overzicht gemaakt.

Creëer de juiste voorwaarden.

  • Zorg voor een actueel en breed boekenaanbod. Bied verschillende soorten boeken aan: informatieboeken, strips, leesboeken, etc. Zorg voor verschillende genres.
  • Zorg voor een goede band met de bibliotheek in de buurt.
  • Zorg dat je gelegenheid biedt in het curriculum voor leesbevordering. Denk aan vrij lezen, voorlezen, meedoen aan de Kinderboekenweek, een schrijver op school uitnodigen, boekbesprekingen laten doen, etc. 

Verhoog de intrinsieke motivatie.

  • Sluit  aan bij de belangstelling van een kind.
  • Geef kinderen vrije keuze en autonomie.  Laat ze kiezen wát ze willen lezen en met wie.
  • Zorg dat kinderen lezen nodig hebben! Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat als je teksten nodig hebt in meer-omvattende opdrachten, dat dat een positief effect heeft op de leesbevordering.

Een combinatie waar je misschien niet zo snel aan denkt is lezen en ontwerpen. Kinderen staan vaak te springen om iemand te helpen en problemen op te lossen. Boeken zijn bij uitstek geschikt om kinderen hiervoor gelegenheid te geven. Door iemand uit een boek te helpen met hun bedachte oplossing, voelen kinderen zich meer betrokken en groeit hun plezier in lezen én ontwerpen. Zo worden kinderen gemotiveerde lezers, creatieve denkers en probleemoplossers. 

Een ontwerpvraag bij een boek

Hoe bedenk je nu een passende ontwerpvraag bij een boek? In elk boek komt de hoofdpersoon wel een probleem tegen. Vaak zelfs meerdere. Een probleem zorgt immers voor een spannend verhaal! 

Gebruik zo’n probleem en maak er een ontwerpvraag van. Het helpt om te beginnen met ‘Hoe kun je …?‘ of ‘Ontwerp iets dat …?‘. Zorg dat de kinderen alle kanten op kunnen denken met de vraag. Dus niet ‘Ontwerp een prullenbak’, maar ‘Hoe kun je het schoolplein schoon houden?’. Dat biedt veel meer mogelijke oplossingsrichtingen.

Vervolgens kunnen de kinderen ideeën gaan verzinnen. Gebruik werkvormen voor ideeën verzinnen en selecteren. Een heel motiverende is Verzinnen door maken, waarin kinderen meteen met materialen aan de slag gaan om ideeën te maken. 

Om je te helpen hebben we een handig blad gemaakt met uitleg over handige materialen en met ontwerpvragen bij een aantal historische kinderboeken. Je kunt hem hier vinden. 

En toen? Geschiedenis

Het thema van deze kinderboekenweek draait natuurlijk om geschiedenis. Ook een mooi uitgangspunt voor ontwerpvragen. Er zijn nog veel onopgeloste vragen uit het verleden.

Vroeger hadden de mensen (of dieren) andere problemen dan nu. Kunnen de kinderen mensen van vroeger helpen oplossingen te verzinnen. En wat nu als je opeens in het verleden terecht zou komen? 

Liever een kant-en-klare ontwerples? In Rivier in de stad onderzoeken kinderen de voor- en nadelen van een rivier in de stad. Vroeger en nu. Ze maken persona’s die vroeger in de stad leefden en verzinnen hoe deze persona’s goed gebruik konden maken van de rivier.

We hopen dat je voldoende inspiratie hebt voor een ontwerpactiviteit tijdens de kinderboekenweek. Veel plezier!